Zoek op deze site

woensdag 16 december 2009

De allerlaatste FEM


144 pagina's schoon aan de haak - vanaf vrijdag 18 december in de winkel.

Bestel online je exemplaar hier.

Lees meer......

zondag 27 september 2009

'Ze doen echt alles fout, die bankiers. Alles!'

Het tijdperk van de hebzucht is ten einde, voorspelt Willem Vermeend in zijn nieuwste boek. Zou het echt zo zijn? "Het is in één keer afgelopen. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard."

Bijna elke zin die willem vermeend uitspreekt, eindigt met een uitroepteken. Opdat niemand ontgaat wat hij zojuist heeft gezegd. Wie het karakter van de oud-minister van Sociale Zaken moet omschrijven, komt al snel uit bij woorden als dynamisch en energiek. Maar ook: rusteloos. Een woeste dadendrang, waarbij problemen bij voorkeur gisteren in plaats van vandaag opgelost moeten zijn, is zijn handelsmerk geworden. Dat was al zo toen de Partij van de Arbeid hem te werk stelde als staatssecretaris op het ministerie van Financiën (1994-2000) en een ongeduldige Vermeend zelf wetten begon te schrijven.
FEM interviewt hem twee dagen na Prinsjesdag over zijn nieuwste boek, waarin hij uitlegt hoe de wereld en Nederland er na de crisis zullen uitzien. Want Vermeend verdient tegenwoordig niet alleen de kost als internetondernemer, hoogleraar en commissaris bij een klein dozijn bedrijven. Hij schrijft ook boeken alsof zijn leven ervan afhangt. In november 2008 verscheen het 145 pagina’s tellende De kredietcrisis (met tussen haakjes de toevoeging ‘en hoe we er sterker uit kunnen komen’). Amper negen maanden later heeft hij de laatste hand gelegd aan 384 nieuwe pagina’s, De wij economie.
Een uur later dan de bedoeling was – “Ik kon niet voor- of achteruit!” – draait de zwarte Jaguar S-type van de sociaal-democraat de parkeerplaats op van bouwbedrijf HSB in Volendam, een van de ondernemingen die prof. dr. W.A.F.G. Vermeend heeft weten te strikken voor haar raad van commissarissen. Of het aan de tijd ligt die Vermeend op de A10 heeft verloren of aan zijn gejaagde natuur, feit is dat hij zelden wacht met antwoorden totdat de journalist zijn vraag helemaal heeft gesteld.

Hoeveel procent…
"50!"

Ho ho! De vraag is nog niet af. Hoeveel procent van het
basissalaris mag de kortetermijnbonus bedragen?

"Dat zeg ik: 50!"

Vermeends boek met daarin zijn visie op de toekomst van Nederland en een concreet tienpuntenplan om de recessie te bestrijden, verschijnt op een pikant moment. Enkele dagen voor het interview is het kabinet van Jan Peter Balkenende door critici met de grond gelijk gemaakt omdat het niet in staat is een samenhangende visie op ons land na de crisis te presenteren. Concrete maatregelen moeten door ambtelijke werkgroepen op een rij worden gezet. Daarna maakt het kabinet, misschien, zelf een keuze.

Hadden ze uw boek niet gelezen?
Vermeend schatert het uit: "Ze hadden het nog niet! Ze hadden het nog niet!"

Wat vindt u daarvan, dat het kabinet dat aan ambtenaren vraagt?
"Ik heb ervaring opgedaan met majeure operaties. Met Gerrit Zalm heb ik de grote belastingherziening gedaan. Eén ding heb ik wel geleerd: dat kun je niet aan ambtenaren overlaten. Gerrit en ik hebben zelf met z’n tweeën gezegd hoe het eruit moest zien. Vervolgens heb ik dat laten uitwerken door ambtenaren. Je kunt ambtenaren niet vragen visie te ontwikkelen. Dat is politiek. Dit is de verkeerde aanpak. Dit wordt niks."

Beginnen uw handen dan niet te jeuken?
"Ja. Ik heb ook weleens gezegd over ABN Amro: 'Als ik nog met Gerrit op Financiën had gezeten, dan zou ik geprobeerd hebben die verkoop te voorkomen.' Omdat ik het buitengewoon vreemd vond dat de grootste bank van Nederland zomaar werd verkocht. Maar ik realiseer me ook hoe moelijk het in Den Haag kan zijn. Ondernemen is eigenlijk veel makkelijker. Als ik nu een beslissing neem, dan gebeurt dat gewoon."

Het zou zomaar kunnen dat de functie van PvdA-leider over een tijdje weer vacant is.
"Dat is de vreselijkste functie ter wereld, die zou ik nooit willen hebben. Ik ben een doener. Het allerergste voor een doener is dat hij voortdurend moet overleggen met krachten die niet willen. Daar ben ik niet geduldig genoeg voor."

Wat doen Balkenende en Bos fout?
"Ze zijn geen duo. Als de minister van Financiën en de premier een tandem vormen, krijgen ze alles voor elkaar. Ze hadden met z’n tweeën een geweldige populariteit kunnen krijgen als ze hadden gezegd: 'Joh, we moeten die politiek even opzij zetten. We gaan het land redden. Met z’n tweeën.' Durf wordt in Nederland beloond. Ze zijn er niet in geslaagd over hun politieke schaduw heen te stappen. Gebrek aan daadkracht wordt afgestraft."

Kunnen ze daar nog wat aan doen?
"Ik ben niet somber. Er valt nog wat te repareren. Maar dan moeten ze de keiharde afspraak maken: 'Wij gaan samen de verkiezingen winnen.' Het klinkt misschien bout, maar ik voorspel: dan winnen ze. Ik zeg erbij: dan moeten ze wel snel met een aansprekend pakket maatregelen komen."

In zijn boek pleit Vermeend voor een nieuwe economische orde, waarin solidariteit centraal staat. Hij veegt de vloer aan met de 'ik-economie' van de laatste decennia, waarin mensen alleen maar snel geld willen verdienen en waarvan de huidige crisis volgens hem een direct gevolg is. Er moet een einde komen aan de exorbitante bonuscultuur, het Nederlandse bedrijfsleven moet beter tegen overnames worden beschermd, banken moeten het coöperatieve model van Rabobank overnemen.

U maakte zelf deel uit van de Paarse kabinetten, die de ik-economie faciliteerden. Heeft u daar achteraf spijt van?
"We waren voor marktwerking, we keken niet al te veel naar de nadelen. Dat was de tijdgeest: de overheid was suf. Achteraf zeg ik: het was goed geweest als we, naast alle euforie over de vrije markt, meer kanttekeningen hadden geplaatst bij de nadelen van marktwerking. Ik vind dat we daar onvoldoende naar hebben gekeken. Maar als kabinet hadden we de gruwelijke mazzel dat het goed ging met de wereldeconomie. Wij waren zondagskinderen."

Denkt u dat het gaat lukken de bonussen van bankiers aan te pakken?
"Je kunt wetten wel aanpassen en gaten dichten, maar mijn ervaring uit de belastingwetgeving is dat het niet helpt. Mensen proberen daar toch weer onderuit te komen. Dat zie je nu ook bij de banken. Je kunt repareren tot je een ons weegt, uiteindelijk is het een mentaliteitskwestie. Bij de banken is het alweer business as usual. Ze hebben er niet van geleerd. Weet je wat ze zeggen? We moeten met de geldbuidel rammelen om talent te trekken. Dat is toch idioot! Je kunt veel beter talent aantrekken door niet met de geldbuidel te rammelen, maar door een uitdagende baan te bieden. Ze trekken de verkeerde mensen aan. De banken hebben er niks van geleerd. Ze voelen de tijdgeest niet aan. Ze doen echt alles fout, die bankiers. Alles!"

Hoe kun je ze dat afleren?
"Het allerergste wat een bankier kan overkomen, is dat hij maatschappelijk niet langer relevant is. Ik heb daarom voorgesteld om naar analogie van de zwarte lijst voor belastingparadijzen een zwarte lijst in te voeren voor bankiers die exorbitante bonussen opstrijken. Dat zijn mensen met wie we geen zaken meer doen. Die krijgen geen uitnodiging meer voor de koningin, die zien we niet meer op Prinsjesdag. Dat vinden ze vreselijk. En het moet nog veel verder gaan: Amsterdam, Utrecht, Den Haag, alle grote steden moeten geen zaken meer doen met die banken. Bedrijven moeten dat ook weigeren. Want die exorbitante bonussen, die betalen ze zelf."

Denkt u dat bedrijven dat durven? Ze zijn voor leningen afhankelijk van die banken.
Hij maakt een wegwerpgebaar. "Ach, er zijn genoeg andere banken waarmee ze zaken kunnen doen. Uiteindelijk kan een lokale Rabobank exact hetzelfde als al die grootbanken, en ook nog tegen lagere kosten."

U vindt dat er bij het vaststellen van beloningen een eind moet komen aan vergelijkingen met peergroups. Waarom?
"Die analyses gaan altijd mank. We moeten af van vergelijkingen, tenzij ze echt objectief zijn. Je moet een Nederlands bedrijf niet gaan vergelijken met een Amerikaans bedrijf. Tenzij het Nederlandse bedrijf een wereldspeler is natuurlijk. De rapporten die ik heb bestudeerd, zijn niet objectief. Als je een Europese speler bent moet je kijken naar andere Europese spelers. In Finland en Noorwegen zie je dat die salarissen en bonussen van bestuursvoorzitters veel gematigder zijn. Dat moet hier ook kunnen. Maar er wordt altijd vergeleken met de meest verdienende en vervolgens worden alle beloningen opgetrokken. Ik heb nog nooit een advies onder ogen gehad waarin wordt gezegd: het salaris van de bestuursvoorzitter moet omlaag."

U bent zelf multicommissaris. In uw boek schrijft u dat kortetermijnbonussen moeten worden afgetopt. Heeft u uw goede voornemens al in praktijk gebracht?
"Daarvoor zit ik te kort in de boards. Bovendien, ik beslis dat niet in mijn eentje. Dat doet de hele club, de raad beslist in zijn geheel. En ik heb nog nooit meegemaakt dat er werd gestemd."

Hoeveel procent...
"50!"

Ho ho! De vraag is nog niet af. Hoeveel procent van het basissalaris mag de kortetermijnbonus bedragen?
"Dat zeg ik: 50! En niet meer. Eén keer het vaste salaris als bonus, dat vind ik echt te hoog."

Toch is dat wat de raad van commissarissen van Randstad, u dus ook, dit jaar voorstelde.
"Ja. Maar dat agendapunt hebben we later ingetrokken."

Is dit onderwerp al aan de orde geweest in de raad van commissarissen van Randstad?
"Weet ik niet, daar was ik niet bij."

En? Dat wordt volgend jaar dus minder variabel loon voor Ben Noteboom?
"Dat weet ik niet. Er is aangekondigd dat we daar opnieuw naar gaan kijken, dat is al aangekondigd bij de aandeelhoudersvergadering door de president-commissaris."

U zit al zes jaar bij Randstad. U heeft de totale beloning voor de hele board zien stijgen van ruim 2 tot ruim 8 miljoen euro.
"We kwamen van laag. En nog steeds wordt Randstad relatief laag beloond. Als ik die salarissen nu zie, dan denk ik, nou..."

...dat mag wel wat omhoog?
"Ja. Daar heb ik geen bezwaar tegen."

Randstad is vaste klant van beloningsadviesbureau Towers
Perrin. Heeft u die al de wacht aangezegd?

"Nee. Dat gaat niet zo. Je gaat wel de discussie met ze aan, maar je gooit niet je beloningsbureau eruit."

Denkt u niet dat de ik-economie met haar drang naar steeds meer geld uiteindelijk niet gewoon sterker is dan uw wij-economie?
"Natuurlijk kunnen we weer vervallen in oude fouten. Maar ik denk dat die kans klein is. Je ziet dat business schools wereldwijd de programma's aanpassen. In mijn boek geef ik de Harvard Business School als voorbeeld. Niet de minste, toch? Daar gaan ze het lespakket verbreden. Ze stellen daar ook niet meer klakkeloos de aandeelhouderswaarde centraal. De focus wordt breder: werknemers, duurzaamheid. Ik merk dat het wordt nagevolgd. Ik zit ook in de raad van toezicht van de opleiding in Rotterdam. Daar zegt men: we gaan meer aan ethiek doen."
"Bedrijven gaan hun nieuwe personeel ook anders selecteren. Vroeger namen sollicitatiescommissies iemand aan die carrière wilde maken, die kwam voor het grote geld. Nu nemen ze iemand die breder kijkt. Iemand die zegt: ik wil privé combineren met mijn werk, ik wil kunnen ondernemen en ik wil maximale ontplooiingsmogelijkheden. Die wordt nu eerder aangenomen. Als je nu nog steeds zegt: 'Ik kom voor de bonus', heb je het een stuk moeilijker."

De financiële whizzkids bij de banken zijn toch niet opeens van de aardbodem verdwenen?
"Die wereld heeft een onvoorstelbare klap gekregen. Je weet niet hoe hard die is aangekomen. Vroeger vonden je kennissen je een slimmerik wanneer je als quant bij een bank wiskundige toverformules bedacht. Dat is over en uit. Na de crisis maakt dat geen indruk meer. Er is sprake van een cultuurverandering. Ik vroeg me af of studenten van business schools nu op andere plaatsen solliciteren dan vroeger. Toen wilden ze allemaal naar de financiële sector. Nu hebben Google en Apple nog nooit zoveel sollicitanten gehad. Die financiële sector is totaal uit. De spanning is eraf. De sector, die al zwaar werd overschat, is ook nog eens gehalveerd. Het is geen plaats waarvan je graag zegt: daar werk ik. Het is in een keer afgelopen. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard."

Jean Dohmen
Wilbert Geijtenbeek

Lees meer......

zondag 20 september 2009

Een kabinet van angsthazen

Hoe moet het nu toch verder met Nederland? Goede vraag. Jammer alleen dat u er op Prinsjesdag van dit kabinet geen antwoord op hebt gekregen.

De besluiten van het kabinet beperkten zich voornamelijk tot op het eerste gezicht tamelijk marginale kwesties, zoals het bevriezen van studiebeurzen, het verlagen van de btw op huishoudelijke hulpen en het schrappen van de motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto’s.

Opnieuw gaat het kabinet een fundamenteel debat over de toekomst van ons land uit de weg. Het laat die discussie over aan anonieme ambtenaren. Negentien ambtelijke werkgroepen moeten het komende half jaar zeer ingrijpende maatregelen in kaart brengen om de rijksbegroting weer in het gareel te krijgen. Ze zullen met voorstellen moeten komen om vele tientallen miljarden euro’s te bezuinigen.
Of het kabinet daar in de loop van 2010 nog besluiten over durft te nemen, is een groot vraagteken. Bij eerdere discussies over netelige onderwerpen – die over het ontslagrecht zijn de coalitiepartners nog niet vergeten – scheerde Balkenende cum suis gevaarlijk dicht langs de rand van het ravijn. Het begint er op te lijken dat dit kabinet het maken van pijnlijke keuzes liever overlaat aan een nieuw kabinet. De volgende Kamerverkiezingen staan op de rol in mei 2011.
De Raad van State doorziet dat en verwijt het kabinet in een reactie op de Miljoenennota dat het wegloopt voor zijn verantwoordelijkheid. De noodzakelijke maatregelen, zo gispt de Raad van State Balkenende, zijn zo ingrijpend dat ze ‘een ambtelijke exercitie te boven gaan’. Erger nog: door besluiten door te schuiven naar het voorjaar van 2010 draagt het kabinet niet bij aan het ‘besef van urgentie van de ingrijpende en pijnlijke aanpassingen die moeten plaatsvinden’. Het zal je maar gezegd worden.
Voor wie dit kabinet vanaf zijn ontstaan, tweeënhalf jaar geleden, heeft gevolgd, is er niets nieuws onder de zon. Het gebrek aan politieke moed van Jan Peter Balkenende en Wouter Bos om netelige kwesties aan te snijden was al lang voor het uitbreken van de kredietcrisis legendarisch. Het Lange Wachten op daden die niet kwamen nam een aanvang in de eerste maanden van 2007 met een regeerakkoord dat uitblonk in vaagheid, en waarin de coalitiepartners lastige keuzes behendig uit de weg gingen. Dat kunstje – het op de lange baan schuiven van netelige kwesties – is het handelsmerk van het vierde kabinet Balkenende geworden. Op die manier is de afgelopen jaren ontzettend veel kostbare tijd verloren gegaan. Tijd die gebruikt had kunnen worden om Nederland sterker, concurrerender en moderner te maken. Wie moeilijke keuzes altijd uit de weg gaat, is gedoemd achter de feiten aan te lopen.

Lees meer......

zondag 15 februari 2009

Pleisters plakken

Het kabinet reageert te laat op de economische crisis en doet te weinig. Als klap op de vuurpijl vlogen de premier en zijn vice-premiers elkaar afgelopen week in de haren over de hypotheekrenteaftrek. Wat gaat er mis? En wat moet er nu gebeuren?

Alexander Rinnooy Kan kon het begin vorige week niet langer aanzien, en zette een ongebruikelijke stap. De voorzitter van de Sociaal-Economische Raad tikte het kabinet publiekelijk op de vingers. Het duurt volgens Rinnooy Kan te lang voordat de politiek serieus werk maakt van maatregelen om de economische crisis aan te pakken.
Eigenlijk begon het kabinet pas met blussen toen het huis in lichterlaaie stond. Het is inmiddels twee jaar geleden dat de sub prime-crisis uitbrak. Die crisis leek in het prille begin een Amerikaans probleem, tot duidelijk werd dat de rommelhypotheken, verpakt in collateralized debt obligations, de gezondheid van financiële instellingen over de hele wereld hadden aangetast.
Ook toen de bewijzen zich opstapelden dat Nederland de dans niet zou ontspringen en de financiële crisis gevolgen zou hebben voor de reële economie, deed het kabinet alsof er niets aan de hand was. Het lijkt er op dat niets de goednieuwsshow, die het kabinet op Prinsjesdag 2008 voor zichzelf had georganiseerd, mocht verstoren. De coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie stond er in de peilingen beroerd voor, en had dringend behoefte aan succesjes.
Die kon het op de derde dinsdag in september dan ook melden: de economische vooruitzichten voor 2009 zagen er niet slecht uit en de koopkracht zat in de lift. Natuurlijk zag het kabinet ook dat er in de rest van de wereld inmiddels een storm was opgestoken. Maar, zo verzekerden Jan Peter Balkenende en Wouter Bos hun landgenoten: ‘De Miljoenennota laat zien dat Nederland er ondanks de internationale economische onrust goed voor staat.’
Het kabinet zou zichzelf nog weken vastklampen aan de mythe van het onkwetsbare Nederland, de economische rots in de mondiale branding. Curieus, want iedere beginnende econoom weet dat de sterk op de export leunende Nederlandse economie erg kwetsbaar is als het in de rest van de wereld bergaf gaat.
Eind september moest het kabinet bovendien hard ingrijpen om Fortis te redden. Balkenende legde in Brussel 16,8 miljard euro op tafel voor ABN Amro en het Nederlandse deel van Fortis. Het drama rond de bank-verzekeraar maakte duidelijk dat Nederland zich niet aan de financiële crisis kon onttrekken. Waarom zou het land dan wel immuun zijn voor een recessie?
Het inzicht dat ook de Nederlandse economie zich op een helling met groene zeep bevond, drong veel later pas door. ‘Sinds vorige week lijkt het kabinet uit de ontkenningsfase te zijn’, merkte Mark Rutte, fractieleider van de VVD, tijdens een debat op 18 november cynisch op. Bos had een week eerder toegegeven dat de economie in 2009 zou kunnen krimpen.
Bos schoof de schuld voor de goednieuwsshow op Prinsjesdag in de schoenen van het Centraal Planbureau (CPB). ‘Alles wat in september is gezegd over de vooruitzichten voor de volgende jaren, is gebaseerd op cijfers die ons ter beschikking zijn gesteld door de onafhankelijke rekenmeesters. Daar zat geen enkele eigen inschatting bij.’

Braaf
Wie dacht dat regeren vooruitzien was, vergist zich. Pas als het toch al trage CPB zegt dat het stoplicht op oranje staat, trapt het kabinet op de rem. ‘Ik bezit geen zelfstandige voorspellende kracht’, legde Bos uit. ‘Als ik het echt zou kunnen, zou ik geen politicus zijn, maar ergens heel rijk op een strand liggen zonnen. Ik doe dus in alle bescheidenheid niet meer dan in alle redelijkheid van mij verwacht kan worden.’
Dat laatste is een rare opmerking. Niemand verbiedt het kabinet na te denken over maatregelen als er signalen zijn dat de economie ernstig in de problemen dreigt te komen. Hoopte het kabinet serieus dat ons land de dans op miraculeuze wijze zou ontspringen? Of was het bang dat praten over een recessie een self-fulfilling prophecy zou worden? Door braaf te wachten tot uit CPB-cijfers zou blijken wat iedereen al vermoedde, ging kostbare tijd verloren.
Toen half november het kwartje eindelijk viel, besloot het kabinet dat bedrijven die getroffen waren door de crisis hun overtollig personeel maximaal 24 weken in de WW konden parkeren. “Dit is geen cyclische dip,” benadrukte minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken de ernst van de situatie. Maar veel ondernemers visten achter het net. De regels om voor tijdelijke WW in aanmerking te komen waren streng, het budget beperkt. Na de miljarden die het kabinet in de financiële sector had gepompt, waren de 200 miljoen voor de WW een druppel op een gloeiende plaat.
De tijdelijke WW maakte deel uit van een breder, door Balkenende aangekondigd maatregelenpakket, waarvan het ‘effect’ kon oplopen tot 6 miljard euro. Maar dat betekende niet dat het kabinet er ook 6 miljard voor uittrok. Zo werd de op Prinsjesdag al aangekondigde lastenverlichting voor het gemak meegerekend, net als toekomstige tegenvallers. Het was een pakket in de traditie van Zeeuws meisje: geen cent te veel hoor.
Half januari kondigde het kabinet een tweede steunpakket aan. Het bestond voornamelijk uit garantiestellingen, die de schatkist opnieuw weinig kostten. Werkgevers en werknemers reageerden boos. Zo hebben exporteurs vanwege alle voorwaarden en regeltjes nauwelijks baat bij de verruiming van de exportkredietverzekeringen. Volgens de FNV bleef het kabinet steken ‘in het plakken van pleisters’.

Freerider
Het contrast tussen de kracht waarmee de financiële crisis werd aangepakt en de halfhartige reactie van het kabinet op de naderende recessie is enorm. Balkenende en Bos grepen in het laatste quadrimester van 2008 hard in om de ineenstorting van het bancaire systeem te voorkomen. Maar een doordesemd plan om de economie in deze uitzonderlijke situatie te ondersteunen, ligt er tot op de dag van vandaag niet.
In het buitenland leidt het tot gefronste wenkbrauwen. Ontpopt Nederland zich als freerider? Duitsland pompt 35,8 miljard in de economie, het Verenigd Koninkrijk 16,7 miljard. Nederland volgt, volgens gegevens van het kabinet zelf, relatief en absoluut op grote afstand, met 2,2 miljard.
De krimpende economie jaagt nu ook de begroting diep in het rood, waardoor midden in een economische crisis miljardenbezuinigingen dreigen. Het begrotingstekort kan dit jaar de 2 procent overschrijden, en volgens het regeerakkoord moet dan gesnoeid worden om te voorkomen dat de begroting door het Europese tekortplafond van 3 procent schiet.
Bezuinigen kan rampzalige gevolgen hebben voor de verzwakte economie. Het is moeilijk om maatregelen te bedenken die geen procyclisch effect hebben, behalve bezuinigingen op ontwikkelingshulp. Voor Nederland besluit tot drieste ingrepen, is het wijs om na te gaan of andere Europese landen zich wél aan de begrotingsafspraken houden. Frankrijk, bijvoorbeeld, stevent af op een tekort van 5 procent.

Haagse herrie
President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank pleit onder deze omstandigheden voor budgettaire souplesse. Maar het kabinet lijkt vastbesloten om het braafste jongetje van de klas te blijven. Het hees op 6 februari de stormbal: burgers moeten zich opmaken voor zwaar weer, geen enkele maatregel is uitgesloten, inclusief beperking van de hypotheekrenteaftrek. Maar die laatste optie werd een dag later door Balkenende alweer van de lijst geschrapt, omdat de huizenmarkt al genoeg onder druk staat. Het maakt allemaal geen doordachte indruk. Erger, het begint erop te lijken dat het kabinet in paniek is.
Genant is ook dat de soloactie van de premier meteen tot Haagse herrie leidt. Zo laat de politiek zich midden in de crisis van haar beroerdste kant zien. Terwijl bedrijfswinsten verdampen en werknemers er bij bosjes uit vliegen, breekt er aan het Binnenhof een ordinaire ruzie uit.
In plaats van het land dieper de recessie in te bezuinigen, moet het kabinet de economie stimuleren. Balkenende moet als de donder aan de slag. Rijkelijk laat, maar nog niet té laat.

Lees meer......

zondag 18 mei 2008

Wouter Bos: "Ik ben de leider" (update)

Ruim een jaar is Wouter Bos nu minister van Financiën en vicepremier. Het is voor hem alles behalve een rustig tochtje aan boord van het schip van staat geworden. De sociaal-democraat kreeg het meteen flink voor zijn kiezen: het kabinet ligt vanaf dag één permanent onder vuur, de kredietcrisis sloeg over naar Europa, de inflatie giert omhoog en alsof dat nog niet genoeg is, schudt zijn partij al maanden op haar grondvesten.
In de peilingen is de PvdA een schim van het verleden. En op de dag dat FEM Business de vicepremier in zijn werkkamer aan de Haagse Prinses Beatrixstraat spreekt, is ook nog PvdA-coryfee Thijs Wöltgens overleden. Een mens zou van minder zwaarmoedig worden. Toch maakt Bos geen gedeprimeerde indruk. De veel geplaagde chief financial officer van het vierde kabinet Balkenende bijt tijdens het interview van zich af. Bovendien lijkt het er sterk op dat de Nederlandse financiële sector aan de kredietcrisis niet meer dan een fors blauw oog overhoudt.

Valt het inderdaad mee in Nederland?
"Tot nu toe wel. De klappen zijn in Nederland minder hard geweest dan in andere landen. We hebben geen grote financiële instellingen die in de problemen zijn geraakt, als je het vergelijkt met de gebeurtenissen bij Northern Rock, de Landesbanken en enkele Amerikaanse instellingen. Je hoort voor het eerst deskundigen verklaren dat we weleens richting het eind van de crisis kunnen gaan. Onder meer mijn Amerikaanse collega Paulson en de Britse centrale bank zeggen dat."

In het recente verleden hadden zij het niet altijd bij het rechte eind."
Dat klopt. Daarom blijf ik waakzaam en voorzichtig. We hebben niet alleen met een financiële crisis te maken, maar ook met een gierende inflatie. En we hebben ook nog eens te maken met een dure euro. Sommige ondernemers hebben er last van. Er is geen reden om te denken dat we zonder zorgen moeten zijn. Maar met al die alertheid denk ik dat Nederland het nog steeds redelijk goed doet."

Is de kredietcrisis voor u nog reden om bij het opstellen van de begroting voor
2009 uit te gaan van een lagere economische groei?

"De gouden regel hier is dat we afgaan op de cijfers van het Centraal Planbureau. De laatste cijfers die ik van het CPB heb, is 2,25 procent groei dit en 1,75 procent volgend jaar. Dat zou best kunnen veranderen door de genoemde factoren."

Hoe komt het eigenlijk dat onze financiële instellingen minder hard zijn getroffen dan die in landen als Duitsland, Engeland of Zwitserland?
"Het is een combinatie van mazzel, verstandig management en goed toezicht. Onze hypotheekmarkt is beter gereguleerd dan de Amerikaanse en het toezicht is beter geregeld. Het fenomeen van de subprime-hypotheken is miniem en dat wat er was heeft een flinke tik gehad in de afgelopen maanden, vermoeden wij. Wij hebben, ook als je het internationaal vergelijkt, een uitstekend werkend stelsel van toezichthouders. In de Verenigde Staten is het een lappendeken. Maar ook in een land als Engeland is de conclusie dat er rond Northern Rock bij het toezicht wat is mis gegaan."
"Bij de Landesbanken en de grote Zwitserse banken lijkt aan de orde te zijn dat het management onverantwoordelijke beslissingen heeft genomen. Dat werd gestimuleerd door beloningsstructuren die het nemen van risico’s beloonden. Op een gegeven moment betaal je daar een prijs voor. In dat opzicht hebben Nederlandse financiële instellingen gematigder geopereerd. Aegon zat minder in de risicovolle hypotheekmarkt. Rabobank heeft daaruit zelfs gedesinvesteerd. Het heeft misschien ook iets te maken met het feit dat de Nederlandse businesscultuur gematigder is dan in andere landen."

Docters van Leeuwen is al geruime tijd bezig met zijn Holland Financial Centre om Nederland financieel op de kaart te houden. Hij probeert te redden wat er te redden valt. Zijn we daar niet veel te laat mee?
"Ik begrijp dat gevoel wel. Dat werd nog een keer aangejaagd door de overname van ABN Amro, dat hadden we met het HFC vóór moeten zijn. Als je er daarna nog eens mee aankomt, dan snap ik wel dat mensen denken dat zoiets mosterd na de maaltijd is. Het is dus heel hard nodig dat we er nu snel succes mee weten te boeken."

Als je kijkt naar de voortvarendheid waarmee Ierland en Luxemburg aan de slag zijn gegaan, staan we op achterstand. Heeft de politiek het moment gemist?
"Het is duidelijk dat het lonend is als landen op dat gebied inspanningen verrichten. Dat moet je dan niet aan die andere landen overlaten."

Bij de overname van ABN Amro door het consortium is afgesproken dat in de raad van bestuur voldoende continuïteit moest blijven. In het bestuur is nu alleen Ron Teerlink over. In hoeverre is dan nog sprake van continuïteit?
"Ik ga ervan uit dat De Nederlandsche Bank dit op de voet volgt. Af en toe informeer ik daarnaar, en dan word ik daarin bevestigd. Meer ga ik er níet
over zeggen."

In de bankwereld zit nog steeds wrok. Het kabinet zou te weinig hebben gedaan om een fusie van ABN Amro met ING voor elkaar te krijgen. Men vroeg om hulp bij het kabinet en kreeg die niet. Klopt dat?
"Ik kan alleen oordelen over hoe ik me daarin heb opgesteld. Dat begint op 22 februari 2007, vanaf die dag ben ik in functie. De volgende dag, de 23ste ’s ochtends, heb ik mijn eerste gesprek gehad met Nout Wellink (de president van De Nederlandsche Bank, red.). Toen was net die brief van TCI binnengekomen. De weken daarop heb ik ook nog een paar keer met hem gesproken, ook over de mogelijkheden om ING en ABN Amro samen te laten gaan. Ik heb er in al die gesprekken geen misverstand over laten bestaan dat ik dat zou steunen, als beide instellingen dat zouden willen."
"Daar was best twijfel over. Als twee reuzen op de binnenlandse markt zouden samengaan, dan zou het heel goed kunnen zijn dat de Mededingingsautoriteit zou vragen om bepaalde delen af te stoten. Dat zou ook weer werkgelegenheidsconsequenties kunnen hebben, allemaal veel meer dan wanneer ABN Amro met een buitenlandse partner zou samengaan. Dus het is makkelijk praten over het creëren van een national champion, maar de prijs die daarvoor betaald zou worden was ook fors."
"Niettemin, ik heb dat steeds gesteund. Aan steun van mijn kant heeft het nooit ontbroken. Uiteindelijk hebben de partijen zelf beoordeeld dat dat financieel niet meer profitabel was. ABN Amro was gewoon te duur geworden voor ING."

Voor ABN Amro is de kredietcrisis eigenlijk een jaar te laat gekomen?
Bos glimlacht, maar houdt zijn kaken op elkaar.

Wat doet u als een staatsfonds uit Azië een aanzienlijk belang in ING zou willen nemen?
"Voor mij zou van belang zijn wat dat met de reputatie van de bank zou doen en wat de risico’s voor het financiële systeem zouden zijn. Dat hangt er weer van af wie de andere partij is en wat de bedoelingen zijn."

Critici zien de opkomst van staatsfondsen uit Azië en het Midden-Oosten als een gevaar, omdat ze andere dan economische bedoelingen kunnen hebben. Ziet u dat gevaar ook?
"Staatsfondsen zijn de ideale investeerders. Ze richten zich altijd op de lange termijn, nemen altijd een minderheidsbelang en willen geen bestuursinvloed. Nou, dat is precies wat we willen van een aandeelhouder. Staatsfondsen zijn geen activistische aandeelhouders. Ze hebben er ook geen belang bij om zich op te stellen als activistische aandeelhouders, omdat ze weten dat ze als antwoord allerlei protectionistische maatregelen kunnen verwachten. Daardoor zou het voor hen moeilijker worden om te investeren. En ze willen juist investeren. Tegelijkertijd zeg ik: resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Daarom zijn we alert, maar we moeten niet geobsedeerd raken door iets wat zich nog op geen enkele wijze heeft gemanifesteerd."

Denken uw Europese collega’s er ook zo over?
"Per saldo wel, maar er zijn gradaties. Duitsland neigt naar bescherming. Het Verenigd Koninkrijk is te vinden aan de andere kant van het spectrum. Frankrijk ligt nog verder weg dan Duitsland natuurlijk."
Met een ironische grijns: "In Frankrijk is zelfs Danone van strategisch belang."

Maatregelen nemen tegen staatsfondsen, is dat een klus voor de lidstaten of moeten we dat overlaten aan de Europese Unie?
"Het is voorlopig een kwestie van de lidstaten, maar de eurocommissaris voor interne markt houdt in de gaten of stappen niet in strijd zijn met de interne markt. Toen de Franse bank Société Général in problemen kwam, zei Parijs dat geen buitenlander het in zijn hoofd moest halen om de bank te kopen. Charlie McCreevy, eurocommissaris interne markt, was er als de kippen bij om te zeggen dat als een buitenlandse partij dat zou willen, het gewoon mag. Ook toen Wellink zijn zorgen uitte over de overname van ABN Amro reageerde McCreevy."

Was het terecht dat hij Wellink erop aansprak?
"Dat vond ik terecht."

Ondernemers klagen steen en been over het kabinet. De versoepeling van het ontslagrecht, twistappel tussen CDA en PvdA, ligt in de ijskast en lijkt daar
deze kabinetsperiode niet meer uit te gaan komen.
Ook van de vermindering van de administratieve lasten wordt volgens critici onvoldoende werk gemaakt. Deze kabinetsperiode moeten de lasten met een kwart worden verminderd. Gaat u dat wel halen?
Zuinig: "Op zich zitten we op schema."

De ministers Piet Hein Donner en Ernst Hirsch Ballin hebben een voorstel om flink te snijden in regels getorpedeerd. Hoe rijmt u dat met elkaar?
"Laat ik daarover zeggen dat de ene minister wat enthousiaster is dan de andere."

Pardon? Dit is een keiharde belofte van het kabinet.Een minister moet wel heel goede redenen hebben om zo’n voorstel af te schieten?
"Daar ben ik het mee eens. Maar ik zeg: we gaan onze doelstelling halen."

Nog een hoofdpijndossier: de kinderopvang. Het kabinet wil dat meer vrouwen gaan werken. Dat is gelukt, maar nu de opvang te veel kost, draait u het terug. Dat is toch geen manier van doen?
"We hadden daarvoor 2,4 miljard euro gereserveerd. De kosten dreigden op te lopen tot 3,4 miljard terwijl de arbeidsparticipatie nauwelijks steeg. Wat gebeurde er? Waar vroeger opa’s en oma’s gratis oppasten, krijgen ze daar nu geld voor uit de schatkist. Van de regeling via de gastouderbureaus is veel misbruik gemaakt. Het oneigenlijke gebruik van de regeling zullen we aanpakken."

En dat zag u niet aankomen?
"De ramingen zaten er volstrekt naast, wat gewoon mijn fout is."
Even later herhaalt hij dat sprake was van "apert foute ramingen van het gedrag van mensen".

U bent niet alleen chief financial officer van het kabinet, u bent ook chief executive officer van de PvdA. Gaat dat wel samen, twee zware banen?
"Het zijn er drie. Ik ben ook nog vicepremier. Dat is zwaar, ja. Met de pet van minister van Financiën op kan ik niet alles zeggen wat ik als partijleider van de PvdA graag zou zeggen, en andersom ook niet. Dat vergt enig jongleerwerk."

In de laatste peiling van Maurice de Hond scoort u -4 op de schaal van Melkert: die haalde 23 zetels tijdens die rampzalig verlopen verkiezingen in mei 2002. U staat op 19. De ceo is verantwoordelijk. Wat doet u allemaal verkeerd?
"Ach, ik heb op het gebied van peilingen zoveel meegemaakt dat ik daar niet veel waarde aan hecht. Het zegt wel iets over de stemming in het land. We weten dat 2008 voor dit kabinet een moeilijk jaar is, met veel bezuinigingen en lastenverzwaringen. Dat wordt, als het goed is, de komende jaren anders. Daar moeten we met z’n allen doorheen bijten. Wellicht zal daarna de appreciatie van dit kabinet verbeteren, en hopelijk ook van de PvdA. De partij is vanaf 2002 in een enorme verwarring over de koers geweest. Toen we de regering in gingen, waren we daar eigenlijk ook nog niet mee klaar. Dat heeft de verwarring nog vergroot. Desalniettemin: al te veel tijd om die onduidelijkheid te beslechten hebben we niet meer.
Dat besef ik goed."

Wat opvalt: u geeft nooit antwoord op de vraag of u bij de volgende verkiezingen beschikbaar bent als lijsttrekker. Waarom doet u dat niet?
Lachend: "Heb ik afgekeken van Balkenende."

Erg geestig. Maar getuigt het niet van een gebrek aan leiderschap?
Geïrriteerd: "Luister, ik ben de leider van de PvdA en ik ben van plan dat voorlopig te blijven. Maar ik wil niet dat dit gedoe eindeloos de politieke discussie gaat domineren. Ik wil dat het de komende jaren gaat over wat we aan het doen zijn, en of we resultaten boeken. Tegen de tijd dat het nodig is, nemen we weer eens een volgende stap. Tot die tijd ben ik de leider. En niemand anders.”

Edin Mujagic, Jean Dohmen



Naschrift
Het overkomt iedere journalist wel eens: de geïnterviewde beweert achteraf dat hij iets niet heeft gezegd omdat hem dat niet zo goed uitkomt. Wouter Bos zei, toen hij tijdens het interview stevig aan de tand werd gevoeld over de foute ramingen voor de kinderopvang, dat die verkeerde ramingen zijn fout waren. Zo konden wij ons dat herinneren, zo stond het in het aantekeningenboekje van mijn collega en zo stond het ook op band. Wij vonden het ook geen rare opmerking; dit kabinet zat al meer dan een jaar in het zadel. Er was zoveel tijd verstreken dat Bos niet meer een ander de schuld kon geven. Achteraf wilde hij die opmerking geschrapt hebben. De ramingen waren gemaakt door het vorige kabinet. Dat het huidige kabinet al een kwart van de regeerperiode achter de rug had, betekende niet dat de ramingen nu opeens zijn fout waren. Na een middag en avond vol overleg deed de voorlichtster die bij het interview was geweest uiteindelijk het volgende voorstel: de opmerking kon gewoon blijven staan als we er verder geen ruchtbaarheid aan zouden geven. Daar zijn we niet op ingegaan.

Lees meer......